-
Juwelen met levende dieren
Geplaatst op januari 24th, 2010 Geen reactie
Een bericht uit de Daily Mail dat u misschien ook ik de krant gelezen hebt en dat u de wenkbrauwen deed fronsen: een vrouw uit de Verenigde Staten heeft zich bij de douane op de vliegveld aangemeld met een wel heel erg bijzonder juweel, namelijk een levende kever waarop edelstenen en goud waren gekleefd…Kruipend insect
Het insect was met een ketting vastgepind op de trui van de vrouw. Pittig detail: het dier leefde nog en kroop zelfs in het rond. De douanebeambten deden hun plicht en ze hebben het diertje meteen in beslag genomen omdat de eigenares niet over de verplichte invoerdocumenten voor dit dier beschikte.
De vrouw vertelde dat ze de kever als broche had gekocht in Mexico en ze dus ter goeder trouw gehandeld had. Omdat ze haar aankoop netjes had willen aangeven, kreeg ze geen boete.
Levende dieren als juweel
Levende dieren als juweel zijn geen primeur. In het boek ‘Vaderlandsche Letteroefeningen Jaargang 1865’ lezen we op pagina 770 en volgende deze passage:
“Zeer menigvuldig en verschillend zijn de voorwerpen, die in verband met de onderscheiden trappen van beschaving of tengevolge van de grillen der heerschende mode door den mensch als lijfcieraden worden gebruikt. Zelfs de lichamen van gestorven dieren of deelen daarvan, worden daartoe gebezigd. Wij hebben slechts te herinneren aan de beenderen, tanden, vischgraten, schelpen, geheele schelpdieren, vederen, ja huiden en hoofden van roofdieren, waarmede vele wilde menschenstammen hoofd en hals, neus en ooren, armen en lijf vercieren. En dat de vrouwen der beschaafde wereld in dit opzicht in ‘t wezen der zaak aan deze natuurkinderen dikwerf weinig toegeven, kunnen de tallooze vederen van maraboes, struisvogels, pauwen en vele andere soortgelijke leden der dierenwereld, kunnen vooral de geheele kolibri’s, paradijsvogels enz. bewijzen, die onze dames bij afwisseling, tot verhooging harer schoonheid of tot voltooiing van haar toilet, meenen te behoeven. Minder bekend is het echter, dat er schoone vrouwen worden gevonden, die zich tot hetzelfde doel bedienen van levende dieren, en - dientengevolge op hare bals en soirées verschijnen met een tooi, die in schittering en pracht de kostbaarste edelgesteenten op zijde streeft en niet zelden overtreft. Wij bedoelen de Mexicaansche dames uit den hoogeren stand - en de dieren, die zoozeer in hare gunsten deelen, zijn kleine, cierlijke beestjes die tot het genoemde oogmerk door haar zelve met de meeste zorg worden gevoed en verpleegd, te weten: een bijzondere soort van kevers. Het eigenaardig gebruik van deze insekten gemaakt, wordt slechts zelden en dan nog maar zeer ter loops in enkele reisbeschrijvingen vermeld. Maar in een voordracht ten jare 1862 te Karlsbad gehouden door Baron J.W. von Müller bij gelegenheid van het jaarlijksch congres van duitsche natuuronderzoekers en geneeskundigen, heeft deze bekende geleerde daarover meer uitvoerige en interessante mededeelingen gedaan. Onder andere zeide hij het volgende:
‘In de omstreken van Veracruz vindt men in tamelijk groote menigte een zekere soort van kevers, behoorende tot de classe der Elateriden, door de Spanjaarden Cucujo genoemd, (anderen schrijven Cucuyo), wetenschappelijk Pyrophorus clarus, die in het donker een sterk rood gloeiend licht van zich doen uitstralen. De dames van Veracruz behandelen dezen kever als een levend juweel. Hij wordt door de Indianen gevangen, door middel van een gloeiende kool, dïe aan een stok wordt bevestigd, waarmede zij des avonds heen en weêr door de lucht slaan. De Cucujo houdt deze voor een mededinger en stort zich daarom met woede op den indringer, om in de hand van den Indiaan het graf zijner vrijheid te vinden: want deze brengt hem, met zoovele zijner natuurgenooten als zich met hem lieten verschalken, naar de markt, waar ze tegen twee realen het duizend worden verkocht. Eens in het bezit der dames of van hare kameniers worden de kevers in aardige, bijzonder daarvoor ingerichte kooien opgesloten, met schijfjes suikerriet gevoederd en tweemaal daags gebaad. Maar des avonds rust op hen de taak hunne vriendelijke verzorgsters tot lijfcieraad te dienen. Dan worden zij in kleine zakjes van de allerfijnste tulle gestoken en deze in den vorm van rozen overal op de toiletten bevestigd. Geen tooi van edelgesteenten kan in schoonheid en glans het roodgloeiende licht van deze kevers overtreffen, die inderdaad eene schitterende verovering der dames zijn op het gebied der zoölogie.’
.”


