Allerlei info over Juwelen…
RSS icoon Email icoon Home icoon
  • De Koninklijke Serres van Laken zijn de parel aan de kroon van de dynastie

    Geplaatst op maart 22nd, 2010 StefaanVL Geen reactie


    koninklijke-serre-laken

    Gevraagd naar wat zij zelf als hun kostbaarste bezittingen beschouwt, verwijst de Koninklijke familie niet zozeer naar hun persoonlijke rijkdom, juwelen en sieraden of kroonjuwelen, maar naar de Koninklijke Serres van Laken, die ze dus als ‘de parel van de kroon’ beschouwen…

    Ook dit jaar zijn de Koninklijke Serres van Laken gedurende drie weken toegankelijk voor het publiek, zoals destijds uitdrukkelijk door Koning Leopold II gevraagd. Telkens bezoeken dan ruim honderdduizend mensen dit uniek domein uit het einde van de achttiende eeuw.

    Prachtig juweel

    Het Domein met de Koninklijke Serres van Laken dateert uit het einde van de achttiende eeuw, toen wat nu België is nog onder Oostenrijksbestuur stond. In opdracht van de keizer werd toen ten noorden van Brussel een prachtig kasteel op de ‘Scoonenberg’ van Laken gebouwd, na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 de residentie van het Belgisch vorstenhuis.

    Het Koninklijk Domein is schatplichtig aan Leopold II, die grootste plannen met zijn land had. Om België internationale uitstraling te geven liet hij tal van grote bouwwerken, waaronder de Koninklijk Serres van Laken, tot stand brengen. Hij verleende de opdracht aan zijn lievelingsarchitect Alphonse Baiat.

    Deze architect staat bekend omwille van de vele monumentale gebouwen die hij heeft nagelaten. Zo onder meer in opdracht van Leopold II de verbouwingswerken aan het kasteel van Ciergnon en tal van wintertuinen, vaak in een uitbundige stijl met duidelijke renaissance- en classicistische elementen. Na de troonsbestijging van Leopold II in 1865 werd hij diens vaste architect.

    De landbouwer-koning

    Koning Leopold II had de voorliefde voor de land-, natuur- en tuinbouw overgeërfd van zijn vader Leopold I. Deze vertoefde graag in de natuur en zag persoonlijk toe op de aanleg van de tuinen van de Koninklijke Domeinen van Ardenne en Ciergnon.

    Ook Leopold II kon prat gaan op een ruime kennis van bloemen en planten.

    Serrecomplex

    Aansluitend bij de al bestaande oranjerie uit de Hollandse periode, liet Leopold II in 1876 een serrecomplex bouwen dat bestond uit een grote koepelvormige wintertuin, een vierkante ‘Kongoserre’ en een ontvangstserre die de naam ‘embarcadère’ meekreeg.

    In 1890 kwam daar een tweede reeks serres bij. Samen vormen ze het palmenplateau dat door galerijen met het complex van de wintertuin verbonden is.

    Deze wintertuin staat door ondergrondse galerijen op zijn beurt in verbinding met het koninklijk kasteel. Koning Leopold II liet dit kasteel vergroten en verdubbelde de oppervlakte van het domein. Het geheel werd met brede lanen omsloten die voor de verbinding met de Brusselse binnenstad moesten zorgen.

    Na de brand in 1890 liet Leopold II twee jaar later de toegang tot de orangerie grondig aanpassen. In hetzelfde jaar werd een aanvang genomen met de bouwwerken aan de palmenserre. Andere bouwprojecten waren de débarcadère, de Dianaserre, de rododendronserre en verschillende kweekserres. In 1895 werd het geheel voltooid met de bouw van de Ijzeren Kerk. Toen Leopold II in 1900 begon met de uitbreiding van het Kasteel, werd in de rechtervleugel een kapel gebouwd, wat de Ijzeren Kerk overbodig maakte. Na de dood van Leopold werd ze dan ook als serre gebruikt. Voor de Tweede Wereldoorlog werd ze grondig herbouwd, maar momenteel is ze niet meer in gebruik en ook niet meer voor het publiek toegankelijk.

    Indrukwekkend

    Bij het overlijden van Koning Leopold II in 1909 was deze ‘glazen stad’ een indrukwekkend, samenhangend geheel dat op iedere bezoeker een diepe indruk naliet. Toch had Leopold nog verregaande plannen voor uitbreidingen en aanpassingen die hij niet meer heeft kunnen uitvoeren.

    Koning Albert I toonde zich eveneens inventief en liet nog een zestal kwaakserres bouwen. Meteen de laatste echte grote werken, want na de Eerste Wereldoorlog werden geen serres meer bijgebouwd. Zodat de bezoeker – en dat zijn er jaarlijks ongeveer 100.000 – het serrecomplex van Koning Leopold II zowat in zijn volledige glorie van weleer kan bewonderen.

    Laat een bericht achter