Allerlei info over Juwelen…
RSS icoon Email icoon Home icoon
  • De Ronde van Vlaanderen, het juweel van de wielersport

    Geplaatst op maart 27th, 2011 StefaanVL Geen reactie

    De Ronde van Vlaanderen wordt gereden op zondag 3 april. Meteen goed voor de nodige wielergekte, want zo is er nu ook letterlijk een Ronde-juweel ontworpen. Echt iets voor de liefhebbers!

    Erelijst

    De Ronde is op zich zelf natuurlijk figuurlijk ook een juweel. Voor wie graag nog even de erelijst napluist geven we u het podium mee van het begin tot nu in omgekeerde volgorde.

    Jaar Eerste Tweede Derde
    2010 Fabian Cancellara (Zwi) Tom Boonen (Bel) Philippe Gilbert (Bel)
    2009 Stijn Devolder (Bel) Heinrich Haussler (Dui) Philippe Gilbert (Bel)
    2008 Stijn Devolder (Bel) Nick Nuyens (Bel) Juan-Antonio Flecha (Spa)
    2007 Alessandro Ballan (Ita) Leif Hoste (Bel) Luca Paolini (Ita)
    2006 Tom Boonen (Bel) Leif Hoste (Bel) George Hincapie (USA)
    2005 Tom Boonen (Bel) Andreas Klier (Dui) Peter Van Petegem (Bel)
    2004 Steffen Wesemann (Dui) Leif Hoste (Bel) Dave Bruylandts (Bel)
    2003 Peter Van Petegem (Bel) Frank Vandenbroucke (Bel) Stuart O’Grady (Aus)
    2002 Andrea Tafi (Ita) Johan Museeuw (Bel) Peter Van Petegem (Bel)
    2001 Gianluca Bortolami (Ita) Erik Dekker (Ned) Denis Zanette (Ita)
    2000 Andrei Tchmil (Bel) Dario Pieri (Ita) Romans Vainsteins (Let)
    1999 Peter Van Petegem (Bel) Frank Vandenbroucke (Bel) Johan Museeuw (Bel)
    1998 Johan Museeuw (Bel) Stefano Zanini (Ita) Andrei Tchmil (Bel)
    1997 Rolf Sörensen (Den) Frédéric Moncassin (Fra) Franco Ballerini (Ita)
    1996 Michele Bartoli (Ita) Fabio Baldato (Ita) Johan Museeuw (Bel)
    1995 Johan Museeuw (Bel) Fabio Baldato (Ita) Andrei Tchmil (Bel)
    1994 Gianni Bugno (Ita) Johan Museeuw (Bel) Andrei Tchmil (Bel)
    1993 Johan Museeuw (Bel) Frans Maassen (Ned) Dario Bottaro (Ita)
    1992 Jacky Durand (Fra) Thomas Wegmüller (Zwi) Edwig Van Hooydonck (Bel)
    1991 Edwig Van Hooydonck (Bel) Johan Museeuw (Bel) Rolf Sörensen (Den)
    1990 Moreno Argentin (Ita) Rudy Dhaenens (Bel) John Talen (Ned)
    1989 Edwig Van Hooydonck (Bel) Herman Frison (Bel) Dag-Otto Lauritzen (Noo)
    1988 Eddy Planckaert (Bel) Phil Anderson (Aus) Adrie van der Poel (Ned)
    1987 Claude Criquelion (Bel) Sean Kelly (Ier) Eric Vanderaerden (Bel)
    1986 Adrie van der Poel (Ned) Sean Kelly (Ier) Jean-Philippe Vandenbrande (Bel)
    1985 Eric Vanderaerden (Bel) Phil Anderson (Aus) Hennie Kuiper (Ned)
    1984 Johan Lammerts (Ned) Sean Kelly (Ier) Jean-Luc Vandenbroucke (Bel)
    1983 Jan Raas (Ned) Ludo Peeters (Bel) Marc Sergeant (Bel)
    1982 René Martens (Bel) Eddy Planckaert (Bel) Rudy Pevenage (Bel)
    1981 Hennie Kuiper (Ned) Frits Pirard (Ned) Jan Raas (Ned)
    1980 Michel Pollentier (Bel) Francesco Moser (Ita) Jan Raas (Ned)
    1979 Jan Raas (Ned) Marc Demeyer (Bel) Daniel Willems (Bel)
    1978 Walter Godefroot (Bel) Michel Pollentier (Bel) Gregor Braun (Dui)
    1977 Roger De Vlaeminck (Bel) Freddy Maertens (Bel) *gedeclasseerd wegens fietswissel Walter Planckaert (Bel) *gedeclasseerd wegens dopinggebruik
    1976 Walter Planckaert (Bel) Francesco Moser (Ita) Marc Demeyer (Bel)
    1975 Eddy Merckx (Bel) Frans Verbeeck (Bel) Marc Demeyer (Bel)
    1974 Cees Bal (Ned) Frans Verbeeck (Bel) Walter Godefroot (Bel) *gedeclasseerd wegens dopinggebruik
    1973 Eric Leman (Bel) Freddy Maertens (Bel) Eddy Merckx (Bel)
    1972 Eric Leman (Bel) André Dierickx (Bel) Frans Verbeeck (Bel)
    1971 Evert Dolman (Ned) Frans Kerremans (Bel) Cyrille Guimard (Fra)
    1970 Eric Leman (Bel) Walter Godefroot (Bel) Eddy Merckx (Bel)
    1969 Eddy Merckx (Bel) Felice Gimondi (Ita) Marino Basso (Ita)
    1968 Walter Godefroot (Bel) Guido Reybroeck (Bel) Rudi Altig (Dui)
    1967 Dino Zandegu (Ita) Noël Foré (Bel) Eddy Merckx (Bel)
    1966 Edward Sels (Bel) Adriano Durante (Ita) Georges Van den Berghe (Bel)
    1965 Jo De Roo (Ned) Edward Sels (Bel) Georges Vanconingsloo (Bel)
    1964 Rudi Altig (Dui) Benoni Beheyt (Bel) Jo De Roo (Ned)
    1963 Noël Foré (Bel) Frans Melckenbeeck (Bel) Tom Simpson (GBR)
    1962 Rik Van Looy (Bel) Michel Van Aerde (Bel) Norbert Kerckhove (Bel)
    1961 Tom Simpson (GBR) Nino Defilippis (Ita) Jo De Haab (Ned)
    1960 Arthur Decabooter (Bel) Jean Graczyk (Fra) Rik Van Looy (Bel)
    1959 Rik Van Looy (Bel) Frans Schoubben (Bel) Gilbert Desmet (Bel)
    1958 Germain Derycke (Bel) Willy Truye (Bel) Angelo Conterno (Ita)
    1957 Fred De Bruyne (Bel) Jef Planckaert (Bel) Norbert Kerckhove (Bel)
    1956 Jean Forestier (Fra) Stan Ockers (Bel) Leon Van Daele (Bel)
    1955 Louison Bobet (Fra) Hugo Koblet (Zwi) Rik Van Steenbergen (Bel)
    1954 Raymond Impanis (Bel) François Mahé (Fra) Alfons Van Den Brande (Bel)
    1953 Wim Van Est (Ned) Désiré Keteleer (Bel) Bernard Gauthier (Fra)
    1952 Roger Decock (Bel) Loretto Petrucci (Ita) Briek Schotte (Bel)
    1951 Fiorenzo Magni (Ita) Bernard Gauthier (Fra) Attilio Redolfi (Ita)
    1950 Fiorenzo Magni (Ita) Briek Schotte (Bel) Louis Caput (Fra)
    1949 Fiorenzo Magni (Ita) Valère Ollivier (Bel) Briek Schotte (Bel)
    1948 Briek Schotte (Bel) Albert Ramon (Bel) Marcel Rijckaert (Bel)
    1947 Emiel Faignaert (Bel) Roger Desmet (Bel) Rik Renders (Bel)
    1946 Rik Van Steenbergen (Bel) Louis Thiétard (Fra) Briek Schotte (Bel)
    1945 Sylvain Grysolle (Bel) Albert Sercu (Bel) Jef Moerenhout (Bel)
    1944 Rik Van Steenbergen (Bel) Briek Schotte (Bel) Jef Moerenhout (Bel)
    1943 Achiel Buysse (Bel) Albert Sercu (Bel) Camille Beeckman (Bel)
    1942 Briek Schotte (Bel) Georges Claes (Bel) Robert Van Eenaeme (Bel)
    1941 Achiel Buysse (Bel) Gustaaf Van Overloop (Bel) Odiel Van Den Meersschaut (Bel)
    1940 Achiel Buysse (Bel) Georges Christiaens (Bel) Briek Schotte (Bel)
    1939 Karel Kaers (Bel) Romain Maes (Bel) Edward Vissers (Bel)
    1938 Edgard De Caluwe (Bel) Sylvère Maes (Bel) Marcel Kint (Bel)
    1937 Michel D’Hooghe (Bel) Hubert Deltour (Bel) Louis Hardiquest (Bel)
    1936 Louis Hardiquest (Bel) Edgard De Caluwé (Bel) François Neuville (Bel)
    1935 Louis Duerloo (Bel) Eloi Meulenberg (Bel) Cornelius Leemans (Bel)
    1934 Gaston Rebry (Bel) Fons Schepers (Bel) Felicien Vervaecke (Bel)
    1933 Alfons Schepers (Bel) Leon Tommies (Bel) Romain Gijssels (Bel)
    1932 Romain Gijssels (Bel) Alfons Deloor (Bel) Alfred Hamerlynck (Bel)
    1931 Romain Gijssels (Bel) Cesar Bogaert (Bel) Jean Aerts (Bel)
    1930 Frans Bonduel (Bel) Aimé Dossche (Bel) Emile Joly (Bel)
    1929 Jef Dervaes (Bel) Georges Ronsse (Bel) Alfred Hamerlynck (Bel)
    1928 Jan Mertens (Bel) August Mortelmans (Bel) Louis Delannoy (Bel)
    1927 Gerard Debaets (Bel) Gustaaf Van Slembroeck (Bel) Maurice De Waele (Bel)
    1926 Denis Verschueren (Bel) Gustaaf Van Slembroeck (Bel) Raymond De Corte (Bel)
    1925 Julien Delbecque (Bel) Joseph Pe (Bel) Hector Martin (Bel)
    1924 Gerard Debaets (Bel) René Vermandel (Bel) Félix Sellier (Bel)
    1923 Henri Suter (Zwi) Charles De Ruyter (Fra) Albert Dejonghe (Bel)
    1922 Léon Devos (Bel) Jean Brunier (Fra) Francis Pélissier (Fra)
    1921 René Vermandel (Bel) Jules Van Hevel (Bel) Louis Budts (Bel)
    1920 Jules Van Hevel (Bel) Albert Dejonghe (Bel) Fons Van Hecke (Bel)
    1919 Henri Van Lerberghe (Bel) Léon Buysse (Bel) Jules Van Hevel (Bel)
    1918 Niet verreden
    1917 Niet verreden
    1916 Niet verreden
    1915 Niet verreden
    1914 Marcel Buysse (Bel) Henri Van Lerberghe (Bel) Pierre Van De Velde (Bel)
    1913 Paul Deman (Bel) Joseph Van Daele (Bel) Victor Doms (Bel)

  • Edelmetalen in een notendop

    Geplaatst op maart 8th, 2011 StefaanVL Geen reactie

    Een edelmetaal is een metaal dat niet of weinig kan worden aangetast door oxidatie. Voorbeelden van een edelmetaal zijn goud en platina. Deze blijven er altijd even mooi uitzien. Iets minder edel is bijvoorbeeld zilver, dat na verloop van tijd zwart wordt, maar met even poetsen weer mooi te krijgen is. Nog wat onedeler is koper, dat slaat op den duur groen uit. IJzer is nog onedeler, dat verroest helemaal. Toch is dat laatste niet allesbepalend: neem bijvoorbeeld zink, dat weer en wind trotseert als bijvoorbeeld dakgoot. Dit is toch meer onedel dan ijzer. Om deze reden worden edelmetalen voor sieraden gebruikt.

    Jaarletter

    In Nederland worden de voor de handel bestemde siervoorwerpen, sieraden en tafelgerei van Platina, goud en zilver van een jaarletter en een gehaltestempel voorzien.
    Dit leidde tot het gebruik van edele metalen als ruilmiddel: ze waren zo gewild dat wie goud of zilver had, deze metalen voor vrijwel alles kon ruilen. Ook waren de metalen zeldzaam (maar niet té zeldzaam), raakten ze niet snel aangetast, en hadden ze een redelijk stabiele waarde. Hierdoor konden de metalen als geld gebruikt worden. Ook later, na de introductie van papiergeld, werden veel valuta gerelateerd aan de waarde van goud of zilver (goudstandaard, zilverstandaard).
    Chemisch beziet men het als volgt: Een onedeler metaal kan uit een oplossing van een edeler metaal, dat edelere metaal ‘verdringen’, dat wil zeggen dat het onedelere metaal in oplossing gaat en het edelere metaal uit de oplossing wordt neergeslagen. Bijvoorbeeld een ijzeren spijker in een oplossing met koper laat de spijker verkoperen: het ijzer neemt de plaats van het koper in de oplossing in en het koper komt op de spijker terecht. Alle metalen kunnen op deze manier in een volgorde gezet worden die de spanningsreeks der metalen genoemd wordt, met aan de éne kant het meest edele en aan de andere kant het meest onedele metaal.

    Sterke en zwakke reductoren

    Tegenwoordig spreekt men in de vakliteratuur niet meer van “edel” of “onedel”, maar van sterke of zwakke reductoren. De ionen die na de reductie gevormd zijn worden de (geconjugeerde) oxidatoren genoemd, en zijn ook weer van sterk naar zwak in te delen. Zie ook redoxreactie. De edele metalen, goud en platina, willen niet graag een elektron afstaan en daardoor in oplossing gaan (of een zout vormen), ze zijn zwakke reductoren. De zeer onedele metalen, natrium en kalium, willen dat juist heel graag en zijn dus erg sterke reductoren. Een blokje natrium zal uit zichzelf al met het vocht in de lucht reageren, en wanneer men het in het water gooit, volgt een heftige chemische reactie.
    Sommige edelmetalen kunnen wel worden aangetast door zeer reactieve stoffen, zoals koningswater.

    Platina

    Platina vindt veel toepassing in juwelen en apparatuur die hoge temperaturen en corrosieve omstandigheden moet kunnen doorstaan, zoals chemische smeltkroezen en glasovenbekledingen. Fijn verpoederd platina kan dienst doen als katalysator. Andere toepassingen van platina zijn:
    * Van 1889 tot 1960 bestond de standaardmeter in Parijs uit een legering van platina en iridium. Later kreeg de meter een andere definitie (zie krypton).
    * Als definitie van de standaardwaterstofelektrode.
    * Bij de productie van kunstmest, explosieven en salpeterzuur wordt platinagaas (geweven of gebreid) als katalysator gebruikt voor de oxidatie van ammoniak.
    * In de petrochemische industrie wordt platina gebruikt bij o.a. de raffinage van ruwe olie en de productie van brandstoffen met hoge octaangetallen.
    * De uitzettingscoëfficiënt van platina is vrijwel gelijk aan die van sommige glassoorten, waardoor het wordt toegepast bij het sealen van glaselektroden.
    * Platinadraad wordt in de industrie veelvuldig gebruikt als temperatuursensor in Pt100- en Pt1000-elementen vanwege de nauwkeurigheid en het grote temperatuurbereik.
    * Platinadraad wordt ook gebruikt als thermokoppel met draad van een legering van platina en rhodium, geschikt tot temperaturen van 1800 graden Celsius
    * In legeringen met kobalt krijgt platina goede magnetische eigenschappen.
    * Met iridium kunnen legeringen worden vervaardigd die bruikbaar zijn in pacemaker-elektroden en andere chirurgische implantaten.

    Met dank aan wikipedia

  • ‘En dan niets meer’: de nieuwe thriller van auteur Stefaan Van Laere

    Geplaatst op december 12th, 2010 StefaanVL Geen reactie

    en-dan-niets-meer-cover-vooraan-kleinAuteur Stefaan Van Laere zit niet stil. In zijn – intussen zevende – thriller ‘En dan niets meer’ wordt andermaal de Gentse politiecommissaris George Bracke opgevoerd. En zijn echtgenote Annemie Vervloet, een echt juweeltje van een vrouw!

     

    Gold 50

     

    In deze bloedstollende thriller kunnen ook Antwerpenaren zich vinden. Zo verwijst een passage naar de bekende goudzaak Gold 50 in de Abdijstraat 50, gerund door Geert Dierckx. Deze zaak was Bracke behulpzaam bij de oplossing van een affaire met diamanten.

     

    Gesigneerd exemplaar

     

    Goed nieuws voor de fans van de thrillers van auteur Stefaan Van Laere (intussen zowat 20.000 mensen): op 12 december verschijnt deel 7 van zijn reeks rond commissaris George Bracke met als titel ‘En dan niets meer’. Verderop leest u hoe u een gesigneerd exemplaar kunt bestellen.

     

    Ruime lezersschare


    De reeks thrillers van schrijver Stefaan van Laere is met ‘En dan niets meer’ aan een zevende, opnieuw spannend deel toe. Van de eerdere delen Botero, Tango mortale, Koudvuur, Kismet, Zwaar water en Het moutmysterie werden ruim 20.000 boeken verkocht. Ook in bibliotheken in Vlaanderen en Nederland vinden deze thrillers gretig lezers.

    In En dan niets meer bekomt George Bracke van zijn vorig avontuur in whiskyland Schotland. Een stevige malt gaat er overigens wel in nu zijn dochter Julie op het punt staat te bevallen. Ogenschijnlijk alles peis en vree dus ten huize Bracke, ware daar niet een oude - en helaas minder geliefde – bekende die plotseling weer opduikt…

    Een schim uit zijn verleden Bracke zit hem op de hielen. Is het finale schot ook fataal? En dan niets meer haalt al zijn zekerheden overhoop.

     

    Burgemeester Daniël Termont

     

    Voor auteur Stefaan Van Laere heeft deze reeks thrillers een speciale betekenis. Vooreerst omwille van de goede reacties van zijn schare trouwe lezers, maar ook omdat hij er heel wat van zichzelf in kwijt. Figuren, plaatsen en toestanden uit zijn omgeving dreigen vroeg of laat wel in één van zijn thrillers op te duiken, en steeds meer mensen houden hun hart vast… Wie zal er nu weer in ‘En dan niets meer’ staan? Eén tip misschien al: Gents burgemeester Daniël Termont ontsnapt alvast niet aan een cameorol…

    Technische gegevens

    En dan niets meer
    Een George Bracke thriller
    Auteur Stefaan Van Laere
    Bola Editions
    ISBN 9789490243197
    202 pagina’s
    Omslagontwerp: Kathelyne Van den Berghe

    Hoe bestellen?

    België: het boek wordt u tot 31 december 2010 zonder verzendingskosten thuisgestuurd na storting van € 19,95 op rekeningnummer 979-5932740-31 met vermelding ‘1 ex. En dan niets meer’. Kostprijs vanaf 1 januari 2011: € 21,50 (verzendingskosten inbegrepen).

    Nederland: het boek wordt u tot 31 december 2010 thuisgestuurd na storting van: € 21,50 op IBAN nummer BE04 9795 9327 4031 (BIC ARSPBE22) met vermelding: ‘1 ex. En dan niets meer’’. Kostprijs vanaf 1 januari 2011: € 22,50 (verzendingskosten inbegrepen).

     

    www.stefaanvanlaere.be - mail@stefaanvanlaere.be

    www.bola-editions.be - info@bola-editions.be

  • Antwerpen diamantstad

    Geplaatst op november 3rd, 2010 StefaanVL Geen reactie

    Meer dan 30.000 mensen in Antwerpen zijn rechtreeks en onrechtstreeks actief in de diamantsector. De vraag die men stelt is hoe is dit nu mogelijk,  want wij hebben geen grondstoffen en wij zijn geen juwelenconsumptiemaatschappij vergeleken met de Verenigde Staten of met het Verre Oosten.

     

    Lodewijck van Berquen

     

    Het antwoord vindt men in de geschiedenis, meer dan 500 jaren terug, toen Brugge een handelsstad was met internationaal karakter met meer dan 60.000 inwoners groter dan Parijs of Londen. Het is via deze stad dat de Portugezen zijde, specerijen en edelstenen komende uit het verre Oosten, naar Europa brachten. In deze stad waren er reeds befaamde edelsteenbewerkers, onder hen de bekende Lodewijck Van Berquem waarvan het bas-reliëf de hoek van de Jezusstraat siert.

     

    Diamantbewerking

     

    Hij heeft de basisprincipes van de diamantbewerking vastgelegd die tot heden nog steeds gebruikt worden. Men zou ook kunnen zeggen dat Hendrik Conscience zijn volk leerde lezen, dat Peter Benoit zijn volk leerde zingen en dat Lodewijck van Berquem de wereld leerde diamantslijpen.

    Het is dan ook niet vreemd dat Antwerpen uitgroeide als wereldcentrum voor diamant. Vòòr de tweede wereldoorlog was België het grootste diamantslijpcentrum gevolgd door Nederland (Amsterdam), Duitsland ( Hanaü en Idar Oberstein), Frankrijk (Saint Claude). Toen ik op het vak kwam als leerling in de “Golden Sixties” waren wij nog met een 25.000 diamantbewerkers, in diezelfde periode waren er een 500tal in Bombay. Heden hebben wij als slijpcentra slechts een 2000 diamantbewerkers, in Mumbay, daarentegen zijn er nu een 700 à 800.000.

    Daar wij een groot gedeelte van de diamantbewerking verloren hebben, heeft Antwerpen de kaart gespeeld van de nieuwe technologieën. Indien de massaproductie naar de lageloonlanden vertrokken is, worden de mooie dure stenen nog steeds in Antwerpen geslepen. Onze vakkennis opgebouwd door hooggeschoolde vakopleiding en de steun van het onderzoekcentrum van de HRD zorgen ervoor dat Antwerpen steeds een voorsprong blijft behouden. In Lier heeft het onderzoekcentrum voor diamant, diamantbewerkingsapparatuur ontwikkeld. Heden worden de stenen gezaagd door laserstraal, het snijden en het slijpen gebeurt met automatische machines. De studie van het ruw (het bepalen van de vorm, gewichtsverlies en zuiverheid) wordt berekend door computers. De slijperijen worden meer en meer laboratoria met techniekers in witte jas. In Antwerpen worden steeds nieuwe vormen van slijpsel ontworpen, de perfectie van de afwerking staat wereldwijd bekend als “cut in Antwerp”.

    Zo heeft men de “Hearts and Arrows” ontworpen die een razend succes boeken in het Verre Oosten en vooral in Japan maar ook in de V.S. Heden worden deze speciale slijpsels ook in Europa geapprecieerd. Er zijn ook typische fantasieslijpsel die nu in de mode zijn gekomen zoals de “Princess cut”, “Markies”, “Smaragdslijpsel” en “Peervorm”.

     

    Slijpsel

     

    In de juwelensector heeft men ook een grote omwenteling gekend de laatste decennia. In deze sector hebben de lageloonlanden ook een deel van de markt afgenomen. Men kan deze twee verschillende sectoren best vergelijken. Net zoals bij het diamantslijpen is voor deze producerende landen, de kwantiteit belangrijker dan de kwaliteit. Een diamantair ziet onmiddellijk aan het slijpsel waar de steen geslepen is geweest: in India, in Israël of in Antwerpen. Zo zal de juwelier u kunnen zeggen of het juweel vervaardigd is geweest in het Verre Oosten, in Antwerpen, Parijs of Italië.

    De afwerking, de kwaliteit van de legering, de legering zelf en het zetten zijn zoveel factoren die het verschil maken tussen “fantasiejuwelen” en de “juwelenkunst”. Net zoals in de diamantsector heeft men in Antwerpen juwelenvakscholen waar het beroep wordt aangeleerd volgens de regels van de kunst.

    Het is de combinatie tussen een top kwaliteit geslepen diamant en een perfect origineel montuur die het waardevolle juweel zal doen appreciëren.

    Een andere belangrijke factor is de “creativiteit”, één van de voornaamste troeven van Europa die moet aangemoedigd worden. Naast Parijs en Milaan staat nu ook Antwerpen bekend als juwelen centrum. De HRD organiseert zijn Diamond Awards net zoals De Beers, maar jaarlijks worden er ook juwelenwedstrijden georganiseerd door de de Antwerpse vakscholen SIHA en door PLE het Europees Parlement van Juwelierscholen, met een twintigtal aangesloten landen, die elk jaar hun congres houden in een van de Europese lidstaten. Dankzij deze nieuwe generatie juwelen ontwerpers zal Antwerpen een belangrijk deel van het cliënteel terug krijgen o.a. diegenen die ontgoocheld zijn over “goedkope juweeltjes” uit het Verre Oosten.

    Wij hopen dat de Stad Antwerpen haar steun zal geven aan deze belangrijke troef naast diamant. Toerisme van onze stad moet ook meer de bezoekers sensibiliseren voor een sector die reeds meer dan 5 eeuwen de roem van Antwerpen gemaakt heeft .

     

    Auteur: Eddy Vleeschdrager

  • Sieraden uit de klassieke oudheid

    Geplaatst op oktober 18th, 2010 StefaanVL Geen reactie

    Wat voor een sieraden droegen de Grieken en Romeinen? Een vraag waar we op de website http://www.scholieren.com een antwoord vinden.

    Sieraden zijn altijd een teken van rijkdom en macht geweest. Ook in de Klassieke Oudheid droegen de mensen al sieraden. Zowel mannen als vrouwen.


    Sieraden voor mannen


    Mannen droegen alleen een ring, hun zegelring. Hiermee kon hij zijn brieven verzegelen. De afbeelding koos hij vaak zelf. Sulla had een ring waarop de gevangen Jugurtha stond afgebeeld. Caesar droeg een ring met de gewapende Venus, Augustus droeg eerst een ring met een sfinks, laten met de buste van Alexander de Grote en uiteindelijk een ring met zichzelf erop. Pas in de keizertijd begonnen ze meer dan alleen een ring te dragen. Deze ringen hadden vaak een grote waarde doordat er edelstenen in verwerkt waren. De ringen werden gemaakt van goud, zilver, lood, zink of brons. Senatoren hebben lange tijd alleen een ijzeren ring gedragen. Dit was een teken van hun hoge rang.
    Vaak geloofden de mensen dat een ring een magische kracht had. Vooral als de ring een edelsteen bevatte. De ring werd dan een talisman. 


    Sieraden voor vrouwen


    Vrouwen droegen ook ringen. Deze ringen waren vaak fijner en eleganter afgewerkt dan die van de mannen. Verder pronkten ze graag met prachtige sierspelden, haarspelden, haarbanden, oorbellen, armbanden, halssnoeren, halskettinkjes en enkelbandjes. 

    Vrouwen droegen ook vaak kransen en diademen (versierde hoofdbanden). Kransen van bladen van een eik, laurierstruik of een olijfboom werden op religieuze feesten gedragen. Ze dienden ook als teken van overwinning. Kransen van bladgoud werden als sieraad voor een overledene gemaakt. Ze symboliseerden de hoop op de ultieme overwinning, die op de dood.

    Romeinse sieraden waren vaak geïnspireerd door Griekse en Etruskische voorbeelden, maar werden zwaarder, luxueuzer en duurder gemaakt. 

    Uit Plinius de Oude zijn we te weten gekomen dat Lollia Paulina, een van de echtgenotes van Caligula, een keer juwelen droeg ter waarde van veertien miljoen sestertiën. Een sertertius bevat 0,072 gram goud, dat betekent dat ze iets meer dan duizend kilo goud droeg.

    Armbanden werden rond de pols, de bovenarm of rond de enkel gedragen. Ze bestonden uit een eenvoudige platte cirkel uit brons, goud of zilver. Zo’n armband kon hol zijn of gemaakt zijn uit massief metaal. Soms was de cirkel onderbroken, het uiteinde paste dan in het andere. Vaak werden sieraden gemonteerd in een armband. Een filigraan was een fijne en kostbare bewerking van het edelmetaal. Hierbij werden zeer dunne metaaldraden samen gelast en vormen de kostbare versiering van een armband. Mannen droegen zelden armbanden.

    Ook aan kettingen hechtten Romeinen zeer veel waarde. Ze dachten ook dat sommige kettingen magisch krachten hadden die de drager beschermden tegen allerlei kwalijke ziektes of tegenslagen. 
    In het begin van de Republiek bestond er een wet die vrouwen verbood meer dan één ons goud te bezitten. In de senaat werd fel gedebatteerd of deze wet afgeschaft moest worden of niet. 
    Seneca vond dat vrouwen hun vermogen met zich meedroegen. En voornamelijk aan de oren. Romeinse vrouwen hadden dan ook meerdere hangers in hun oren. 

    Een beschrijving van een riem uit Ithaka: de riem bestond uit een gouden lint met een knoop als sluiting. Aan elke zijde van de knoop zijn er drie koorden verbonden met de riem door een ring geplaatst boven een masker van Silenus, opnieuw eindigend in granaatsteen. 


    Sieraden voor kinderen


    De kinderen droegen bij de toga een bulla, een amulet aan een halsketting. Dit kreeg hij waarschijnlijk tijdens een naamgevingsceremonie enkele dagen na zijn geboorte. 

    Verschil tussen arm en rijk


    De armen droegen ook graag sieraden maar aangezien ze niet veel geld hadden, waren het meestal sieraden van goedkope materialen zoals brons of keramiek. De rijken droegen liever sieraden van goud of zilver. Hoewel er wel edelstenen en halfedelstenen werden gebruikt, gaven de Griekse juweliers de voorkeur aan fijn bewerkte gouden en zilveren hangers en kettingen, die vaak in ingewikkelde ontwerpen werden verwerkt. De armen gebruikten gekleurde glazen kralen in plaats van edelstenen. 

  • Het amulet als geluksieraad

    Geplaatst op juli 14th, 2010 StefaanVL Geen reactie

    Een amulet is een voorwerp dat op het lichaam gedragen wordt en de drager op magische wijze dient te beschermen tegen onheil. Een amulet is vaak een sieraad of wordt aan de kleding vastgemaakt. Maar ook op wapens worden amuletten aangebracht. Andere amuletten worden neergezet of opgehangen op plaatsen die extra bescherming nodig hebben: aan de deurpost van een huis, of boven de wieg van een baby, bijvoorbeeld.

     

    Talisman

     

    Het woord ‘amulet’ is afkomstig uit het Latijn. Plinius de Oudere (24-79 n.Chr.) gebruikte in zijn ‘Natuurlijke historie’ het woord amuletum in dezelfde betekenis als wij nu. Mogelijk is het afkomstig van het werkwoord amoliri, dat ‘afwenden’ betekent. Een ander woord is talisman, dat via het Arabische tilasm teruggaat op het Griekse telesma, ‘gewijd voorwerp’.

    Over het verschil tussen amulet en talisman bestaan meerdere opvattingen. Van oorsprong was volgens velen een amulet vooral gericht op bescherming tegen negatieve krachten, terwijl de talisman juist een positieve kracht moest aantrekken en het gewenste effect bespoedigen. Maar in de praktijk is dat onderscheid niet strikt te maken en tegenwoordig worden de woorden amulet en talisman door elkaar gebruikt.

     

    Vorm en materiaal

     

    Een gemeenschappelijk kenmerk van amuletten is dat ze klein genoeg zijn om op het lichaam te dragen. Maar er is een grote variatie in vormen en materiaal. Die vormen en materialen geven de amulet een onheil-afwerende of genezende werking. Of ze symboliseren een lang leven. Een voorbeeld uit het oude Egypte is de udjat of wedjat, het oog van Horus, dat zieken geneest en doden helpt te herrijzen in het hiernamaals.

    Aan (half)edelstenen wordt in veel culturen een heilzame werking toegeschreven, die soms samenhangt met de kleur: de oranjerode kornalijn (carneool) wordt in Turkmenistan geassocieerd met bloed en dus met gezondheid, van de felblauwe lapis lazuli gaat een afschrikkende werking uit. In sommige amuletten zijn spiegeltjes verwerkt. Een kwade geest die zijn eigen afschrikwekkende uiterlijk in de spiegel ziet, zal van schrik op de vlucht slaan, zo luidt de redenering. Ook van kostbare metalen worden amuletten gemaakt. Volgens het Surinaamse winti-geloof stemmen gouden sieraden beschermende geesten en voorouders gunstig. Ook dierlijk of zelfs menselijk materiaal wordt in amuletten verwerkt, zoals stukjes bot, ivoor of haar. De Lakota-Indianen naaiden de navelstreng van een pasgeboren kind in een leren tasje, dat het opgroeiende kind moest beschermen tegen ziekte en onheil.

     

    Soms ontleent een amulet zijn werking aan een spreuk die erover is uitgesproken of erop geschreven. In veel islamitische landen worden sieraden gedragen die handgeschreven Koranteksten bevatten. Dergelijke sieraden variëren van eenvoudige leren zakjes tot prachtig versierde zilveren hangers. Aan een amulet doet ook de mezoezah denken, een kokertje dat in de joodse traditie aan de deurpost wordt bevestigd, en dat enkele verzen uit het bijbelboek Deuteronomium bevat. In Oost-Azië gelden enveloppen met boeddhistische teksten als krachtige amulet.

     

    Verspreiding

    Amuletten zijn van alle tijden en worden overal ter wereld gedragen: zo werden in het oude Egypte in de windsels van mummies amuletten gestopt die de dode moesten beschermen tegen de gevaren die hij op zijn weg naar het Dodenrijk zou tegenkomen. In allerlei culturen komen priesters of sjamanen voor, die hun bijzondere gaven gebruiken om amuletten te vervaardigen: van West-Afrikaanse marabouts tot Noord-Indiaanse medicijnmannen.

     

    Bron: www.museumkennis.nl

     

     

     

  • De Koninklijke Serres van Laken zijn de parel aan de kroon van de dynastie

    Geplaatst op maart 22nd, 2010 StefaanVL Geen reactie


    koninklijke-serre-laken

    Gevraagd naar wat zij zelf als hun kostbaarste bezittingen beschouwt, verwijst de Koninklijke familie niet zozeer naar hun persoonlijke rijkdom, juwelen en sieraden of kroonjuwelen, maar naar de Koninklijke Serres van Laken, die ze dus als ‘de parel van de kroon’ beschouwen…

    Ook dit jaar zijn de Koninklijke Serres van Laken gedurende drie weken toegankelijk voor het publiek, zoals destijds uitdrukkelijk door Koning Leopold II gevraagd. Telkens bezoeken dan ruim honderdduizend mensen dit uniek domein uit het einde van de achttiende eeuw.

    Prachtig juweel

    Het Domein met de Koninklijke Serres van Laken dateert uit het einde van de achttiende eeuw, toen wat nu België is nog onder Oostenrijksbestuur stond. In opdracht van de keizer werd toen ten noorden van Brussel een prachtig kasteel op de ‘Scoonenberg’ van Laken gebouwd, na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 de residentie van het Belgisch vorstenhuis.

    Het Koninklijk Domein is schatplichtig aan Leopold II, die grootste plannen met zijn land had. Om België internationale uitstraling te geven liet hij tal van grote bouwwerken, waaronder de Koninklijk Serres van Laken, tot stand brengen. Hij verleende de opdracht aan zijn lievelingsarchitect Alphonse Baiat.

    Deze architect staat bekend omwille van de vele monumentale gebouwen die hij heeft nagelaten. Zo onder meer in opdracht van Leopold II de verbouwingswerken aan het kasteel van Ciergnon en tal van wintertuinen, vaak in een uitbundige stijl met duidelijke renaissance- en classicistische elementen. Na de troonsbestijging van Leopold II in 1865 werd hij diens vaste architect.

    De landbouwer-koning

    Koning Leopold II had de voorliefde voor de land-, natuur- en tuinbouw overgeërfd van zijn vader Leopold I. Deze vertoefde graag in de natuur en zag persoonlijk toe op de aanleg van de tuinen van de Koninklijke Domeinen van Ardenne en Ciergnon.

    Ook Leopold II kon prat gaan op een ruime kennis van bloemen en planten.

    Serrecomplex

    Aansluitend bij de al bestaande oranjerie uit de Hollandse periode, liet Leopold II in 1876 een serrecomplex bouwen dat bestond uit een grote koepelvormige wintertuin, een vierkante ‘Kongoserre’ en een ontvangstserre die de naam ‘embarcadère’ meekreeg.

    In 1890 kwam daar een tweede reeks serres bij. Samen vormen ze het palmenplateau dat door galerijen met het complex van de wintertuin verbonden is.

    Deze wintertuin staat door ondergrondse galerijen op zijn beurt in verbinding met het koninklijk kasteel. Koning Leopold II liet dit kasteel vergroten en verdubbelde de oppervlakte van het domein. Het geheel werd met brede lanen omsloten die voor de verbinding met de Brusselse binnenstad moesten zorgen.

    Na de brand in 1890 liet Leopold II twee jaar later de toegang tot de orangerie grondig aanpassen. In hetzelfde jaar werd een aanvang genomen met de bouwwerken aan de palmenserre. Andere bouwprojecten waren de débarcadère, de Dianaserre, de rododendronserre en verschillende kweekserres. In 1895 werd het geheel voltooid met de bouw van de Ijzeren Kerk. Toen Leopold II in 1900 begon met de uitbreiding van het Kasteel, werd in de rechtervleugel een kapel gebouwd, wat de Ijzeren Kerk overbodig maakte. Na de dood van Leopold werd ze dan ook als serre gebruikt. Voor de Tweede Wereldoorlog werd ze grondig herbouwd, maar momenteel is ze niet meer in gebruik en ook niet meer voor het publiek toegankelijk.

    Indrukwekkend

    Bij het overlijden van Koning Leopold II in 1909 was deze ‘glazen stad’ een indrukwekkend, samenhangend geheel dat op iedere bezoeker een diepe indruk naliet. Toch had Leopold nog verregaande plannen voor uitbreidingen en aanpassingen die hij niet meer heeft kunnen uitvoeren.

    Koning Albert I toonde zich eveneens inventief en liet nog een zestal kwaakserres bouwen. Meteen de laatste echte grote werken, want na de Eerste Wereldoorlog werden geen serres meer bijgebouwd. Zodat de bezoeker – en dat zijn er jaarlijks ongeveer 100.000 – het serrecomplex van Koning Leopold II zowat in zijn volledige glorie van weleer kan bewonderen.

  • De Etrusken, meesterjuweliers uit de oudheid

    Geplaatst op juli 21st, 2009 StefaanVL Geen reactie

    een van de weinige bewaard gebleven sets juwelen van de Etrusken

    een van de weinige bewaard gebleven sets juwelen van de Etrusken

    Van de Etrusken is helaas niet zoveel overgebleven, maar deze bevolkingsgroep maakte van de 8ste tot de 1ste eeuw v.Chr. in het gebied tussen de rivieren de Arno en de Tiber (nu Toscane, Umbrië en Latium grote sier. Het waren niet alleen opmerkelijke handelaars, maar ook een van de eerste volkeren die op grote schaal prachtige juwelen en sieraden maakten en verkochten.

    Aziaten of inheems volk

    Over de precieze afkomst van de Etrusken is weinig bekend. Ze kwamen misschien via Klein-Azië naar Italië afgezakt, maar de kans bestaat dat ze gewoon een inheems Italiaans volk waren. De Etrusken waren gevestigd in Toscane en hun land breidde zich al snel uit met stadstaatjes over het gebied tussen de Arno en de Tiber.

    Griekse kolonisten kwamen in contact met de Etrusken via de ijzermijnen op Elba. Gestimuleerd door de Grieken ontwikkelden de Etrusken zich tot een hoogstaande cultuur. De Etrusken zijn groot geworden door hun zeehandel, maar waren ook beruchte zeerovers. Ze handelden voornamelijk in keramiek, wijn en ijzer.

    Opkomst van de Romeinen

    Toen in 753 v.Chr. Rome gesticht werd, bleven de Romeinen nog lange tijd onder de heerschappij van de Etrusken. Rond de 3e eeuw v.Chr. vielen de Etrusken onder Romeins gezag. In 90 v.Chr. kregen ze Romeins burgerschap, maar een eeuw later werd hun taal onderdrukt en hun cultuur verbannen. Hierdoor is heel veel boeiende kennis verloren gegaan. Bovendien is de kennis die over de Etrusken overblijft door Romeinse schrijvers bijgewerkt in het voordeel van Rome.

    Keizer Claudius

    Van keizer Claudius, een grote fan van de Etrusken, is bekend dat hij een geschiedenis van de Etrusken geschreven heeft, maar dat boek is niet bewaard gebleven. De Etruskische tekens zijn erg verwant met die van de Grieken. Er zijn zo’n 12000 Etruskische inscripties bewaard. Het Etruskisch is relatief makkelijk te lezen omdat zij het Grieks alfabet hanteerden, weliswaar geschreven van rechts naar links.

    de kunst van de Etrusken, een combinatie van esthetiek en functioneel

    de kunst van de Etrusken, een combinatie van esthetiek en functioneel

    Beeldende kunsten

    De Etrusken hielden van schoonheid en waren een van de eerste volkeren met een rijke kunstcultuur. Hun kunst had een eigen karakter. Zij maakten geen beelden van marmer, maar maakten gebruikten vaak brons en terracotta. Hun beelden zijn realistisch en vertonen niet de tendens tot idealisering die zo typisch is voor de Griekse kunst.

    Schitterende juwelen

    De Etrusken waren eveneens onovertroffen meesters in het bewerken van goud tot schitterende juwelen. Voor deze prachtige sieraden, gaande van ringen tot halskettingen over armbanden en goddelijke tiara’s, behandelen taferelen uit het dagelijks leven maar ook thema’s met een achtergrond zoals filosofische kwesties, de goden en het hiernamaals.

    Helaas zijn er van deze juwelen nauwelijks overgebleven. Niet te verwonderen dus dat de juwelen van de Etrusken op verzamelaars een grote aantrekkingskracht hebben. Niet alleen omwille van de historische waarde, maar vooral ook omwille van de zeldzaamheid van de juwelen en sieraden.

  • Tiara: meest dramatische juweel

    Geplaatst op juni 23rd, 2009 StefaanVL Geen reactie

    de fringe tiara, gemaakt in 1830 en oorspronkelijk eigendom van King George III

    de fringe tiara, gemaakt in 1830 en oorspronkelijk eigendom van King George III

    In de loop der tijden is de tiara uitgegroeid tot het meest dramatische en beladen van alle juwelen. Het is zowel opzichtig als opmerkelijk, en voor veel vrouwen is hun huwelijksdag de enige gelegenheid dat ze met een tiara kunnen – en durven – uitpakken.

    Aandachttrekker

    Hoe je het ook draait of keert: een tiara is zodanig opvallend dat de draagster de aandacht trekt van iedereen. Het is allerminst een juweel om dagelijks te dragen en mee naar de bakker te gaan. Wie een tiara heeft, weet dat dit juweel slechts heel uitzonderlijk uit de kluis zal komen. Kosten noch moeite worden gespaard om van een tiara een uniek stuk te maken, opmerkelijk in zijn design en afgewerkt met de mooiste juwelen, sieraden en diamanten.

    Fringe Tiara

    Een van de meest bekende, zeg maar legendarische, tiara’s is de Fringe Tiara, de met diamanten bezette tiara die Queen Elizabeth droeg ter gelegenheid van haar huwelijk in 1947. De tiara van een van haar bruidsmeisjes moet er trouwens nauwelijks voor onderdoen. Elizabeth wilde dat zo om te vermijden dat alle aandacht naar haar zou gaan.

    Napoleon

    Een ander opmerkelijk juweel is de met parels en diamanten versierde tiara uit de collectie van de Franse kroonjuwelen (waaronder de bekende Tiara) die keizer Napoleon III voor zijn oogverblindende echtgenote Eugenie liet maken.

    Deze tiara was zodanig mooi dat Eugenie het stuk maar één keer heeft durven dragen en dan veilig in de kluis liet opbergen.

    Londonderry Tiara

    Wellicht een van de meest indrukwekkende evenementen uit de geschiedenis was het legendarisch gemaskerd bal dat de hertog en hertogin van Devonshire in 1897 gaven ter gelegenheid van het diamanten huwelijksjubileum van koningin Victoria.

    Dit prestigieuze gekostumeerd bal was de perfecte gelegenheid voor Theresa, de markiezin van Londonderry, om de befaamde Londonderry Tiara te dragen. Dit absolute pronkstuk was helemaal afgezet met diamanten op een zilveren boord en een gouden bedding.

    Volgens de overlevering triomfeerde de markiezin overduidelijk toen zij de verbaasde, ja zelfs jaloerse blikken zag van de leden van Koninklijke familie omwille van zoveel schaamteloos tentoongestelde pracht en praal.

    Wilde rozen

    Bijna even bekend bij de kenners is de tiara die de excentrieke lady Caroline Lamb droeg op haar huwelijksdag met William Melbourne, later lord Melbourne en eerste minister onder de nog jonge Queen Victoria.

    Deze diamanten tiara, een huwelijksgeschenk van haar schoonmoeder, had de opmerkelijke vorm van wilde rozen en anjers. De loszittende blaadjes begonnen bij de minste beweging van het hoofd te trillen.

    Deze bloemen, het ultieme symbool van de oprechte liefde van een vrouw voor haar man, werden gekozen door lady Caroline zelf, maar het mocht niet baten. Ze zou haar leven later verwoesten door een desastreuze, hopeloze liefdesgeschiedenis lord Byron…

  • De keizerlijke juwelen van Sisi

    Geplaatst op juni 3rd, 2009 StefaanVL Geen reactie
    Keizerin Sisi met een van haar beroemde diademen en halskettingen
    Keizerin Sisi met een van haar beroemde diademen en halskettingen

    Wie de kans krijgt het Schloss Schönbrunn in Wenen te bezoeken moet dat zeker doen, want het straalt de grandeur van de Habsburgers uit. Het kasteel behoort tot de grootste schatten van Wenen, en dat wil wat zeggen. Het is uitgegroeid tot een permanent museum van de leefwereld van Keizer Franz-Joseph, de laatste van het geslacht der Habsburgers. Keizerin Sisi maakte de plek wereldberoemd. Hier liet de keizerin zich graag omringen door haar hofhouding en pronkte ze wat graag met haar keizerlijke juwelen.

    Burcht tegen de Turken

    De geschiedenis van Schloss Schönbrunn gaat terug tot de 17de eeuw. In 1683 bouwden de Habsburgers dit slot als beschermde burcht tegen de Turken die toen Wenen bedreigden. Maar de Habsburgers wilden van het slot ook een waar pronkstuk maken. Zo werd de Oostenrijkse barokmeester Fisher von Erlach aangetrokken om aan het slot een eigen, zo weelderig mogelijk karakter te geven.
    Het barokke element werd nog versterkt tijdens de regeerperiode van Keizerin Maria-Theresia. Zij gaf Nicolaus Pacassi de opdracht om het wat robuuste uiterlijk van het slot te verfijnen. Hij gaf de burcht een heel wat romantischer uitstraling, met de nodige frivole hoekjes en kanten. Het huidige karakter van Schloss Schönbrunn werd grotendeels door Pacassi vastgelegd.

    Drama’s

    Haar opvolger Keizer Franz-Joseph werd de laatste keizerlijke bewoner van Schloss Schönbrunn. Franz-Joseph was al tijdens zijn leven een legende. Hij liet in 1857 de versterkingen rond de stad en de schitterende Ringstrasse oprichten.
    De moord op zijn neef Franz-Ferdinand in Sarajevo in 1914 betekende het begin van de Eerste Wereldoorlog. Franz-Jozeph werd opgevolgd door Karel I, die in november 1918 bij de Wapenstilstand definitief aan de troon verzaakte. Door de wet van 3 april 1919 hief de republiek Oostenrijk alle rechten van de titel aartshertog op en wees alle Habsburgers die niet wilden inbinden het land uit. Meteen het einde van een keizerrijk. Bij deze troonsafstand wou Keizerin Zita met haar hele gevolg in Schloss Schönbrunn collectief zelfmoord plegen, maar ze bedacht zich net op tijd.

    Barokke weelde

    Overal in het slot wordt de aandacht van de bezoeker afgeleid door de kwistig uitgestalde barokke weelde. Bladgoud alom, schitterende lambriseringen en oogverblindende kroonluchters van de beste kunstenaars uit hun tijd zorgen ervoor dat je niet weet waar eerst te kijken.
    Barok en rococo reiken elkaar de hand in een symbiose van verfijnde stijl en exuberant maniërisme. Het valt moeilijk te geloven dat in deze uitbundige omgeving, die als vanzelf uitnodigt tot feesten, de keizer zich tot diep in de nacht moest buigen over documenten en kaarten, om samen met zijn ministers, hofbeambten en regeringschefs te beslissen over het lot van de wereld.
    Hier hield de keizer elke maandag en donderdag audiëntie om naar de grieven van zijn bevolking te luisteren. Door dat nauwe contact met de bevolking was Franz-Joseph erg geliefd, en tot op hoge leeftijd bleef hij zich voor zijn mensen inspannen. Als de muren hier oren en ook lippen zouden hebben, zouden zij heel wat kunnen vertellen over een vervlogen maar o zo boeiende tijd.

    Keizerin Sisi

    In de schrijfkamer van Franz-Joseph hangen een aantal foto’s en schilderijen die tot het privé-leven van de keizer behoren. Hier begon hij elke dag om vijf uur al aan zijn arbeidsdag. Soms ging hij zelfs zo ver dat hij zichzelf geen ogenblik rust gunde en zijn maaltijden tussen het werk door snel aan zijn schrijftafel nuttigde.
    Het slot roept ook de geest van Keizerin Elisabeth op. De toegewijde echtgenote van Franz-Joseph werd postuum wereldbekend onder haar bijnaam Sisi dankzij de schitterende vertolking van Romy Schneider in de gelijknamige film. Maar ook tijdens haar leven stond Elisabeth bekend als een warme, gevoelige vrouw met een onafhankelijke geest, lichtjes extravagant maar toch nooit storend excentriek. Dat zijn tenminste de praatjes uit de officiële geschiedschrijving van het hof, want in werkelijkheid leed Sisi vaak aan depressies en kon ze druk van de troon niet aan. En dat werd er niet beter op toen haar zoon Rudolf om het leven kwam.
    Ze kon zich troosten met haar prachtige collectie juwelen, die keizerlijke grandeur uitstralen. Ze bezat een massa oorringen, diademen, halskettingen, armbanden en andere sieraden waarbij goud, diamant, zilver en andere edelmetalen rijkelijk aanwezig waren.